KATINKA WAELBERS

Love, laugh & learn

Blog

(sorry, only in Dutch!)

Vier maal per jaar verschijnt de nieuwsbrief van Glass & Art. Katinka Waelbers schrijft daarin telkens een blog. Dat begon als antwoordt op de vele vragen van mensen over haar carieresprong. Na bijna 15-jaar ruilde ze een goedlopende cariere aan de universiteit in voor een bestaan in het atelier. Sommige mensen vonden dat inspirerend, anderen vinden het ronduit dom, maar vrijwel iedereen was nieuwsgierig. Nu, vijf jaar later blijkt de keuze erg succesvol te zijn uitgepakt. De blogs gaan inmiddels over zeer uiteenlopende onderwerpen en geven een kijkje in de dagelijkse gang van zaken bij Glass & Art.

view:  full / summary

In den beginne

Posted on September 9, 2013 at 2:05 PM

We zijn druk doende het feest voor het vijfjarig bestaan van Glass & Art voor te bereiden, en dat is voor veel mensen aanleiding om te vragen “Hoe ben je eigenlijk met kunst begonnen?” Nou, in den beginne was er emaille. Dat smelten van glas op metaal is een zeer gespecialiseerde vorm van kunst die mij begin 2006 aanstak.

Als kind was ik altijd aan het knutselen en tekenen, tot mijn 15e. Toen begonnen mensen om mij heen zich ermee te bemoeien. De een riep dat ik naar de kunstacademie moest gaan, en dat ik vrijer, expressiever, en echt abstract moest gaan werken. De ander riep dat ik beter nog natuurgetrouwer kon gaan werken, en zo exact mogelijk de werkelijkheid moest proberen te benaderen. Nu, in beide had ik geen zin en uit pure opstandigheid heb ik van de een op de andere dag geen potlood meer aangeraakt, tot Nieuwjaar 2006. Die dag was echt een keerpunt, en dat allemaal dankzij een logeerpartijtje van de Oma van mijn lief.

 



Oma bleef regelmatig bij ons logeren, wat op zich erg gezellig was, maar ze werd steeds minder mobiel en stiller. Wat een hele week lang te doen met iemand van 87? Toevallig was er toen een nieuw museum voor vlakglas- en emaillekunst geopend in Ravenstein, en dat leek me nu echt iets voor oude mensen. Helaas, Oma vond er geen drol aan. Maar ikzelf wel!

“Dit wil ik ook leren!” riep ik iets te hard door de galmende zaal.

“Oh, dat kan geregeld worden”, zei een vrouwenstem achter me, “deze zaterdag is er nog plek in de workshop emailleren”.

Dat aanbod heb ik meteen aangenomen, en die zaterdag probeerde ik tijdens de drie uur durende workshop een oog te maken, wat tot mijn frustratie niet echt mooi werd.

“Ik heb er ook tien jaar over gedaan voor ik het en beetje kon”, zei de cursusleidster.

“Nu, zolang ga ik daar echt niet over doen!” dacht ik wellicht wat arrogant, maar zei dat natuurlijk niet.

Thuis meteen via marktplaats een oud oventje gekocht, poeders besteld, en een grote stapel boeken via Amazon laten komen. En dan maar studeren en experimenteren. Binnen twee jaar werd ik gevraagd voor workshops, demo’s en opdrachten, vooral ook door kunstenaars en edelsmeden. We zijn dus in oktober 2008 naar de kamer van koophandel gegaan om aan deze vraag te kunnen voldoen.

“Wat nou, tien jaar”, dacht ik, maar helemaal eerlijk was dat natuurlijk niet. Ik heb namelijk een voorsprong op de kunstenaars en edelsmeden, die vooral geïnteresseerd waren in mijn technische kennis. Tijdens mijn eerste opleiding aan de Universiteit Utrecht had ik behoorlijk veel materiaal-, natuur- en scheikunde gehad, en ze hadden mij geleerd hoe ik efficiënt experimenten opzet. Die kennis komt bij emailleren en glaskunst natuurlijk bijzonder goed van pas. Bij het verplichte lespakket hoorde zelfs een zeer uitvoerig vak over glas en kristal (amorfe en kristallijne stoffen). Destijds heb ik bij de evaluatie aangegeven dat ik dat vak echt zonde van mijn studietijd vond: ik studeerde opkomende innovaties, geen antieke technieken zoals glas! Helaas weet ik de naam van de Belgische docent niet meer, anders zou ik hem nu alsnog mijn excuus aangebieden, en hem heel hartelijk bedanken voor de zeer nuttige lessen.



 

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

Posted on July 25, 2013 at 2:50 PM

Zoals vaak heb ik weer eens veel te veel ideeën en veel te weinig tijd. Juist daarom ergert het mij dat ik altijd slecht antwoord kan geven op de vraag “Waar haal jij je inspiratie vandaan?”. Het is een vraag die mensen vaak stellen, ook in serieuze settings zoals in ballotage. Daar moet je dan een kant en klaar, en liefst heel diepzinnig en interessant antwoord op geven. Alleen dan ben je een echte kunstenaar. Voor deze test zak ik altijd. Ik kom nooit verder dan wat stompzinnig gestamel.

 

Waarom weet ik, na toch zeker 5 jaar hard nadenken over het antwoord, nog steeds niet wat ik moet zeggen? Deze zomer, in het mooie Italië, waar ik mij met veel plezier van het ene naar het andere museum liet sleuren, schoot het mij te binnen: de vraag is zo algemeen gesteld dat hij voor mij persoonlijk gewoon onzinnig is. Ze zeggen wel eens “domme vragen bestaan niet, er zijn alleen domme antwoorden”. Nou, er zijn wel degelijk vragen die niet zo slim zijn, en dat zijn vragen waarin een foute veronderstelling zit. Bijvoorbeeld “Kun jij mij uitleggen waarom de zon vierkant is?” is een vraag met een fout: de zon is niet vierkant.

 

Zo zit er in de vraag “waar haal jij je inspiratie vandaan?” ook een denkfout, tenminste, als het over mijn manier van werken gaat. De vraag gaat ervan uit dat er maar één of enkele zaken zijn waaruit een kunstenaar inspiratie zou kunnen opdoen. Want alleen als je een of enkele dingen kunt opnoemen, kun je de vraag beantwoorden. Een geliefd antwoord op deze vraag is bijvoorbeeld het uitweiden over diepgewortelde, onverwerkte emoties, angsten of trauma’s. Helaas, ik haal mijn inspiratie vrijwel nooit uit mijn persoonlijke ellende. Dat vind ikzelf niet boeiend, en ik zou ook niet weten waarom een ander zou willen kijken naar de resultaten van mijn getob.

 

Een andere mogelijkheid om de vraag te beantwoorden is een (liefst dode) kunstenaar aan te halen en deze lyrisch te beschrijven. Ook ik heb helden, denk aan Jeroen Bosch, René Margritte, of de nog levende Maurizio Cattelan. Maar heel bewust probeer ik mijn werk niet overmatig door hen te laten inspireren. Ik wil origineel, eigen werk maken, in mijn eigen stijl en met mijn eigen thema’s, vragen en overtuigingen.


The ninth hour. Mautizio Cattelan. 1999

 

Als unieke bron voor inspiratie is vooral voor mannen het antwoord “ mijn muze” nog wel geaccepteerd, al is het een beetje ouderwets. Ook al ben ik geen man, ook voor mij is mijn muze belangrijk. Maar hoe inspirerend mijn lief ook is, er zijn nog veel meer mooie, leuke, interessante, irriterende, of ronduit frustrerende dingen in de wereld. En daar wil ik ook iets mee: die kan ik gewoon niet laten liggen. Er is zoveel te zien, te beleven en te leren. Mezelf qua inspiratie beperken is in mijn ogen een zonde. En dat is eigenlijk mijn antwoord op de vraag “waar haal jij je inspiratie vandaan?” Door heel intens te leven probeer ik zoveel mogelijk te zien, te beleven en te leren. Ideeën komen er dan vanzelf uit, net als buikloop na een vakantie lang overmatig olijfolie eten. De kunst is een goede selectie te halen uit die maalstroom van ideeën, en deze zo uit te werken dat zij een originele en waardevolle kijk op de vele opzienbarende dingen uit de dagelijkse wereld geven.

 

Pikant feminisme

Posted on June 24, 2013 at 3:05 AM

Om maar meteen heel direct te antwoorden op de vele persoonlijke vragen: nee, ik heb absoluut geen hekel aan mannen! De meeste mag ik erg graag! Niet zo graag dat ik nu meteen als nymfomane door het leven ga, om ook meteen die vraag te beantwoorden, maar gewoon graag als mens. Ik heb ook geen bijzonder afwijkende seksuele voorkeuren. In dit opzicht ben ik waarschijnlijk nogal gewoontjes, nogal saai. Al doen sommige van mijn schilderijen bij veel mensen het tegendeel vermoeden.


Waar gaat pikant feminisme dan wel over? Waarom maak ik dit soort schilderijen?


Pikant feminisme is een ludieke reactie op de manier waarop vrouwen worden neergezet in de kunst of in het dagelijks leven. De eerste, meest simpele gedachte van het pikant feminisme is: als vrouwen als louter seksobject mogen dienen, waarom mannen dan niet?




Turned On (foto), is bijvoorbeeld een reactie op werk zoals dat van de Franse schilder Édouard Manet (foto), waarin twee zakelijk geklede mannen in een park aan het picknicken zijn, terwijl er een volledig naakte vrouw bij zit alsof dat de normale verhoudingen zijn in de gewone wereld. En Manet heeft gelijk, het is het normale beeld. Bij de formule 1 en de autoshows bijvoorbeeld, zijn de mannen stoer en volledig aangekleed, terwijl de vrouwen (denigrerend “pitspoezen” genoemd) zichzelf er vrijwel naakt, als onnozele seksobjecten bij laten zetten. Net als de auto’s, te allen tijde voor gebruik gereed...





Zouden veel mannen zich zo laten neerzetten, vroeg ik mij af. Wat zouden mannen ervan vinden als ze geportretteerd werden als “voor gebruik gereed”? Van het schilderij heb ik veel geleerd. De meeste mannen vinden het een wat pijnlijk schilderij, en trekken de knieën automatisch wat strakker tegen elkaar. Het bevalt ze duidelijk niet, maar ze kunnen er wel om lachen. Ze snappen het punt wel.


Een bepaald type man echter, komt bij het zien van het schilderij behoorlijk in opstand. Dat is juist vaak het type mannen dat openlijk dol is op de “pitspoes” en de playboy, en zegt “daar zijn vrouwen toch voor?” Nu, special voor die mannen, nog wat meer uitleg: de aan-uit knop zegt ook iets over vrijheid en persoonlijkheid, over de verantwoordelijkheden rondom anticonceptie, over verantwoordelijkheden rondom SOA’s, en over de moeilijke discussies die veel koppels hebben rondom hun kinderwens.


Maar pikant feminisme gaat over meer dan alleen de seksuele verhouding tussen mannen en vrouwen. Het schilderij “Ballonnen” is geïnspireerd op het ronduit geweldige doek van René Margritte waarin het saaie zakenmannen regent. Het gaat over de verscheidenheid van vrouwen. Verscheidenheid in uiterlijk, smaak, karakter en cultuur die vaak genegeerd wordt: “de vrouw” is een fabel. Het verschil tussen vrouwen onderling is groter dat het verschil tussen de “gemiddelde man” en de “gemiddelde vrouw” (hetzelfde geldt overigens voor mannen).




“Ballonnen” gaat ook over schoonheid. Er zijn serieuze wetenschappers aan gerenommeerde universiteiten bezig met onderzoek naar hoe het perfecte vrouwenlichaam eruit zou moeten zien. Wat zijn de perfecte maten, vormen, en kleurstellingen? Speciaal voor deze geleerde mannen: wat mooi is en van wie je houdt, is voor iedereen anders!


Maar het belangrijkste punt van het schilderij “Ballonnen” (zie foto: nog niet af) is de verhouding tussen aantrekkelijkheid, lichamelijkheid en gezondheid: hoe kwetsbaar juist de borsten van vrouwen voor hun gezondheid? Aan het begin van de 21e eeuw zijn veel mensen zich hier pijnlijk van bewust. De reacties van de meeste mannen op dit doek zijn dan ook positief en serieus, en slechts een zeldzame enkeling zegt anno 2013 nog bijna kwijlend: “mag ik kiezen? Doe dan die grootste maar!”



 

Het 'het-komt-nooit-meer-goed-moment'

Posted on June 24, 2013 at 2:40 AM

 

Ik heb gelukkig nog nooit een writer’s block of een inspiratieloze periode gehad. Het lijkt me vreselijk, zomaar om onverklaarbare redenen niet verder te kunnen.

Wat ik wel heb, en dan zo ongeveer bij elk groter of kleiner project, is het “het-komt-nooit-meer-goed-moment”. In mijn belevenis ziet dan tijdens het maken een schilderij eruit alsof het uit de Ravensburg serie “Painting by Numbers” komt, de stukken glas liggen in mijn ogen op tafel alsof het het resultaat is van een echtelijke ruzie, en het emaille zou je nog niet op de onderkant van je campingservies willen hebben.

Op zo’n moment schiet een lichte paniek door mijn hoofd, voel ik mijn hart in mijn keel en lijken mijn handen even van een ander te zijn. Als het even kan, leg ik het werk dan voor kortere of langere periode stil. Geen zin en geen vertrouwen meer in de “opknap-werkzaamheden”. Als ik het dan na enige tijd weer oppak, blijkt heel vaak dat het helemaal niet opgeknapt hoeft te worden. Het ziet er gewoon uit zoals in dat stadium hoort en het is een kwestie van doorwerken.



Aanvankelijk dacht ik dat zo’n moment erbij hoorde als je net begon, maar na 7½ jaar kunst ben ik bang dat het iets is dat bij me hoort. Ook heb ik jaren lang gedacht dat dit (bijna ceremoniële) paniekmoment iets was waar alleen ik last van had, totdat Sietse vorige week ineens zomaar in huilen uitbarste.

Sietse is zo’n jaar of 10 en zit in een groep die ik een paar keer graffiti-les geef. Hij was sjablonen aan het snijden, en raakte zomaar in paniek. “ik heb het helemaal verpest!” riep hij uit. Ik keek naar zijn werk, en het zag er perfect uit. Precies zoals de bedoeling was in dit stadium. Ik wist heel even niet wat te doen, maar werd gered door de ijsjes die een andere “juf” aan het uitdelen was: “kom Sietse, eten we eerst een ijsje, anders smelten ze”.

Met een half opgegeten ijsje in zijn hand ging hij weer naar zijn werk kijken. “Het is eigenlijk best goed!”, zei hij koel. IJsjes doen blijkbaar wonderen, en ik heb meteen voor mijn eigen “dat-komt-nooit-meer-goed-moment” een doosje in de ijskast gelegd….

 


Mijn muze

Posted on June 12, 2013 at 4:30 AM

Iedere kunstenaar heeft een muze, zo wordt vaak beweerd. Ik weet niet of het waar is, maar ik heb er zeker één, en het gelukkige toeval wil dat ik ermee samenwoon, alweer elf jaar.

Wat is een muze? Een muze is een persoon in je leven die je doorlopend inspiratie geeft mooie, leuke of goede werken te maken. Robert geeft mij die inspiratie, al lijkt hij niet op die beeldschone vrouwen die vaak half of helemaal naakt op weelderige bedden verleidelijk liggen te wezen.

Hoe werkt mijn muze? Of misschien beter, hoe werk ik met mijn muze? Tenminste twee werken zijn de afgelopen maanden op hem geïnspireerd: “Goudvissen” en “Loopneus”.

“Goudvissen” is geïnspireerd op zijn oren. Robert heeft perfecte oren. Daarmee bedoel ik hier niet zijn muzikale gehoor of zijn vermogen te luisteren naar mensen, maar de mooie vorm van zijn oorschelp. In de auto, als hij op de weg moet letten, kijk ik daar vaak naar.

Op een avond, na het boodschappen doen, reden we terug naar huis. Ik speelde met het vijftig cent muntje van het winkelwagentje, en met de wens een nieuw stuk gereedschap te kopen. “Verdien jij die terug?” vroeg hij meteen. Niet “waarvoor heb je die nodig?” of “wat wil je gaan maken?” Nee, de eerste vraag ging over het terugverdienen. In een reflex duwde ik de vijftig cent in zijn oor: het paste tot mijn verrassing precies en bleef goed zitten. “Jij luistert toch altijd alleen maar naar geld!” beschuldigde ik hem, geheel onterecht, maar dat terzijde. Het was zo’n mooi gezicht: perfecte vorm, symbolisch en koddig tegelijkertijd. Het idee voor een schilderij was geboren. Robert was ondanks de onverdiende aanval zo aardig met het muntje in zijn oor te blijven zitten zodat ik een foto kon nemen.


Niet zo lang daarna gingen we naar Duitsland met de bedoeling een paar dagen te wandelen. Helaas, mijn muze had deze winter voor de derde keer last van de griep en we belanden dus al snel op de bank om naar een docu van Attenborough te kijken. Een van de prehistorische diertjes uit de serie had in mijn (wellicht wat verwrongen) beleving iets van een neus met heel veel voetjes. “Grappig”, dacht ik “je zult eruit zien als een rondrennend neusje”, en op datzelfde moment graaide Robert de zoveelste zakdoek van tafel. “Ik krijg zo genoeg van mijn loopneus!”. Dankbaar pakte ik de polymeerklei die ik had meegenomen, en begon zijn verkouden neus na te maken. Ik mocht zelfs wat van zijn haren hebben voor in de neusgaten van het sculptuurtje.


 

Durf

Posted on June 11, 2013 at 1:05 PM

Deze keer was ik de schijterd van ons twee: bij veel grote beslissingen zoals het kopen van een huis of het veranderen van baan, kijkt Robert eerst even de kat uit de boom, terwijl ik bij wijze van spreken de verhuisdozen al heb ingepakt. Maar deze stap, het bekende wereldje van de universiteit verlaten voor een onzeker bestaan als kunstenaar, durfde ik niet. Ik wilde wel, niets liever dan dat. Maar durven…. Behalve de financiële kant, de zekerheid van het maandelijkse loonstrookje, vroeg ik mij af of ik het me wel zou gaan lukken. Kan ik dit? En, word ik van deze stap gelukkig?

Robert twijfelde geen moment. Of in ieder geval was hij zo aardig niet te laten zien dat hij twijfelde. Al lange tijd voordat ik zover was, had hij het besluit al genomen. “Natuurlijk kun jij dat!” En natuurlijk geloofde ik hem niet. Als mijn man was hij immers bevooroordeeld! Er zijn zoveel goede kunstenaars: waarom zou ik wel van de kunst kunnen leven en die anderen niet?


Ik ben toen gaan praten met mensen waarvan ik aannam dat ze het me stellig zouden afraden. Dat ze me zouden vertellen zeker bij de universiteit te blijven. Wat vonden professionele kunstenaars, edelsmeden, mensen van de bank, nuchtere vrienden en collega’s die mij goed kennen ervan? De boodschap van hun allen was eigenlijk hetzelfde. Allemaal zeiden ze dat ik de baan bij de universiteit moest aannemen als ik zekerheid wilde en als ik niet alleen wilde zijn, maar ze zeiden ook vrijwel allemaal dat ik een succes zou kunnen maken van Glass & Art, als ik er echt voor zou gaan.

Letterlijk verwoorde één professionele kunstenaar het volgende: “slechts 5% van de kunstenaars kan leven van zijn werk. De rest heeft of een rijke partner, of een baan erbij. Als iemand het kan, ben jij het, maar dan moet je wel volhouden en een lange adem hebben. Of je er gelukkig van gaat worden, kan een ander natuurlijk niet bepalen”.

Vertrouwen was er dus, zelfs van mensen van de bank, en dat midden in de bankencrisis in 2011. Rijk hoef ik trouwens niet te worden: ik ben veel te bang dat ik lui word van gemakkelijk geld. Maar ik wil niet (te vaak) mijn hand ophouden bij man-lief. Dus bleef staan de vraag, zou het leven als kunstenaar geschikt voor mij zijn?

Na mijn eindeloze gewik en geweeg werd Robert boos. Voor de zoveelste keer hield ik hem uit zijn slaap en daar kreeg hij genoeg van: “Mens, je bent al jaren ongelukkig aan de universiteit! Ga gewoon je atelier in en hou op met zeuren!” Hij draaide om en begon meteen te snurken: einde discussie. Ik ben mijn atelier ingegaan, en nu, twee jaar na het besluit, draait het atelier beter dan ik had durven hopen, en het kunstenaarsleven is dan wellicht moeilijker dan ik dacht, maar het bevalt me prima! Ik ben Robert voor altijd dankbaar.

Waarde collega's

Posted on June 11, 2013 at 7:15 AM

De overstap van universiteit naar atelier was eng, heel eng. En één van mijn grootste angsten was het verlies van mijn collega’s. Sommigen zijn in de loop van de tijd vrienden geworden en die raak je gelukkig niet zo gemakkelijk kwijt. Maar al die andere collega’s, die je inspireren, die altijd wel iets boeiends weten te vertellen, en waarbij je af ten toe even je kleinere en grotere frustraties kunt uiten, zou ik hen niet vreselijk gaan missen?

Werken op een universiteit is geweldig, en wel om één simpele reden: de mensen waarmee je samenwerkt hebben vrijwel allemaal interessante dingen te vertellen: ze voeren immers baanbrekende en boeiende onderzoeken uit, lezen alles wat los en vast zit, en praten ook weer veel met andere onderzoekers. Elke dag leer je dus wel weer wat nieuws van ze. Hoe zou het mij vergaan zonder omringd te worden door deze dierbare mensen?

 

Mijn angst bleek gelukkig maar ten dele gegrond. Soms mis je de collega’s wel, als je zo alleen aan het werk bent in je eigen atelier. Bij het koffieapparaat kom je geen collega’s tegen, en radio 1 is toch niet hetzelfde als een echt gesprek. Maar zo in de loop van de tijd leer ik steeds meer collega-kunstenaars kennen, en die zijn minstens zo gezellig en boeiend.

 

Tijdens de expositie in Budapest heb ik bijvoorbeeld Marina Maggioni en Mariano Bottoli leren kennen en het klikte meteen: lieve warme mensen met heel veel humor. Zij is een getalenteerd goudsmid die zeer elegant art nouveau-achtig werk maakt. Hij is kunstdocent op een gymnasium en een zeer bekende Madonnaro: nog nooit heb ik iemand zo snel en zo goed zien tekenen.


Ze wilden graag een keer naar Nederland komen, en zo hebben we in januari een volle week samen in ons atelier gewerkt: Marina aan een groot emaillewerk met koper en zilver, Mariano aan een ontwerp waarin mijn logo en achterste samengevoegd werden, en ik aan kleine polymeer sculpturen. We hebben natuurlijk alle musea en de nodige restaurants in de omgeving onveilig gemaakt. Het was een fantastische week.

 

Nu is het een periode van hard werken: de laatste loodjes voor de vakantie en veel moet af. Maar binnen kort gaan Robert en ik naar Milaan toe, naar Marina en Mariano. Op het programma staan ondermeer de musea van Milaan en het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinci. Marina heeft beloofd haar onovertroffen pasta-pesto weer te maken, en Robert gaat samen met Mariano gitaar spelen en muziek luisteren. Dat maakt veel eenzame koffiepauzes goed!


 


Rss_feed